Skiën – één

De eerste keren gaan op aan de totaalimpact van dit: tientallen lockers die open – en dichtgaan, tegelijk doch zeker niet synchroon. Figuren aan de rand van mijn blikveld, gekleed in felle, harde kleuren die me bang maken. Materiaal. Er is zeer veel materiaal, het is hard en hoekig en het past niet in elkaar, en ik weet niet hoe ik moet onthouden wat ik allemaal moet pakken. Het allemaal tegelijk vasthouden is moeilijk. Me ermee voortbewegen lijkt absurd. Er is zeer veel lawaai ook. De figuren in de felle kleuren praten hard en lachen hard. Ze lijken tot een andere wereld te behoren. Ik wil daar zeker niet in. Ik wil skiën. Alleen maar dat. Maar niks is ooit alleen maar dat. Dat zou zijn hoe het gaat in mijn hoofd. En dit skiën gebeurt in de wereld. En uit mijn hoofd.

Centraal voor mij staan de skibotten. Die namen in mijn voorbereidende fantasieën zero plaats in. Nu zijn ze alles. Mijn voeten lijken op die van een cyborg, metaal en zwaar en vastgehecht aan mijn lichaam alsof ik ze er nooit meer af zal krijgen. Het stappen in deze botten neemt tachtig percent van mijn aandacht in beslag. Met het overschot van aandacht moet ik het materiaal onthouden en vasthouden, en ondertussen mijn badge scannen en door het draaiende poortje zonder iets te laten vallen. Dat lukt nooit, maar dat is niet erg. Ik kan me altijd bukken om iets van de rubberen grond te plukken.

Wanneer ik op de piste sta, is mijn taak voor die dag eigenlijk volbracht, weet ik. Er kan niets meer bij. Ik heb alles gedaan wat ik kon, en het was een goede, nuttige keer. Een mens moet echter proberen om een beetje normaal te doen, toch? Dus ik klik de cyborgbotten in de ski’s en schuif voorzichtig vooruit.

Ik hou van het wit, er is zoveel wit. En ik hou van de kou. Het maakt de drukte in mijn hoofd schoon. Ik hou van de stilte hier ook. Sneeuw, zelfs geconstrueerde sneeuw, maakt altijd alles stil.

In alle geval, samengevat: de eerste keren. Die gaan vooral op aan het materiaal.

 

(Er is ook een liftje. En ik kan blijkbaar echt vallen. Maar dat is een nieuw verhaal.)

Joaquin and friend, December the 22th 2018, in a pub in Barcelona

Zachtaardige grote schepen komen het café binnengevaren. Beiden onder de tedere zwaarte van hun grijs en jaren zijn ze haast komisch wijs. Vermomd in woorden en aplomb doch erg stil vanbinnen kijken zij naar alles wat zich zo snel om hen heen afspeelt.

Tender big boats drift into the pub. Both of them heavy with a burlesque wisdom, underneath their gray, and months upon months. A disguise of words and aplomb cloaks their inner silence. From their decks they watch the incomprehensibly fast world and everything in it taking place.